Dag 21: Kalterersee – Lago di Lévico

En nu is het afgelopen met makkelijk communiceren. Bij Salurn / Salorno was het gedaan met de tweetaligheid en begon het zoeken naar de meest basic woorden om aan te geven dat je wilt afrekenen, kamperen met een klein tentje, of je bidons wilt vullen. Mijn ‘Wat & Hoe Taalgids Italiaans’ kon nog wel eens een hele fijne reismaat worden. Zo veranderde de Etsch ineens in l’Ádige, al bleef ik er tot voorbij Trento gewoon naast fietsen. Lekker vlak, lekker snel (wind in de rug) maar ondertussen ook wel een beetje saai. Al denk ik dat ik blij mag zijn dat ik niet nog een beetje hoger gekampeerd heb. De Ádige was veranderd van een snelstromende en schone rivier in een iets te brede, veel snellere en modderige variant met drijvende stukken hout, takken en heel veel rommel. Een imposant gezicht. Het onweersbuitje van vannacht heeft elders toch wat meer losgelaten. Ik begrijp dat ze in dit dal alle dorpen een stukje hoger hebben gebouwd in de eeuwen dat ze nog niet bij machte waren om de rivier kunstmatig in toom te houden.

Stad vs. Fiets

In Trento ben ik niet veel verder gekomen dan Piazza Duomo en een espresso bij een barretje. Een stad bezoeken midden op je fietsdag, in je fietskloffie en met een volbepakte fiets die je liever geen moment uit het oog verliest, werkt gewoon niet zo goed. Ik voel mij in ieder geval door beide zaken nogal opgelaten en heb dan niet de rust om even door de stad te wandelen. Gelukkig gaat dat bij volgende steden anders omdat ze aan het einde van de etappe liggen of omdat ik er een extra dag voor heb. Toen ik Trento verliet liep het tegen de middag. De Venetiëroute begint met een klim over de bergrug tussen Val d’Ádige en Lago di Coldonazzo. Een beste klim. In totaal een kilometer of 9 waarvan de eerste 2 10% zijn met uitschieters tussen van 14-17%. Dat lukte mij niet zonder pauzes. Zwetend als een otter kwam ik boven in Vigolo Vattaro en wetend dat na de afdaling een meer op me lag te wachten ben ik meteen doorgegaan. Dat viel tegen.

Massatoerisme

De campings aan Lago di Caldonazzo waren verschrikkelijk (camper aan camper en geen schaduw) en / of boden een luxe plek waar Circus Renz zou kunnen staan voor een dito prijs. Het massatoerisme stond mij zo tegen dat ik toch even verder wou kijken. Mijn enige lichtpuntje was dan ook het fruitstalletje aan de weg waar ik met druiven en perziken moed probeerde te verzamelen voor een zoektocht. Nou ja, zoektocht, een paar kilometer verder ligt het kleinere Lago di Lévico. Mijn gok was dat het daar wel wat rustiger zou zijn.

Johnny Hoogerland

Fout. Uiteindelijk sta ik dus toch op zo’n camping, camping Due Laghi, waar VacanSoleil de scepter zwaait. Heel veel vooropgezette tenten en huisjes (hokjes). Wel met schaduw, een strandje, op een budgetplek. Het Belgische meisje bij de receptie zei dat de plek maar €28 per nacht was. Ik zal wel als een Zeeuwse fietser gekeken hebben, want voor een tientje mocht het dan ook wel. Ik sta samen met een paar andere outlaws, op een braakliggend stuk van de camping waar sinds kort geen huisjes meer zijn. Niet mooi, wel rustig. Morgen staat Bassano del Grappa op de lijst. Een stadje zonder camping (in de weide omtrek) dus ga ik mijn geluk beproeven met de jeugdherberg aldaar zodat ik de stad ook nog even in kan.

A presto e saluti a tutti!

 

Laat gerust een reactie achter