Dag 16: St. Jean-Pied-de-Port – Pamplona (77 km)

‘Die muts en die waterdichte fietshandschoenen mét vingers, kunnen ook wel in het pakketje naar huis’ dacht ik gistermorgen. Want zo koud zou het toch niet worden? Vandaag was ik blij dat mijn persoonlijke keizer in de arena van de grammenstrijd, aan het einde van het gevecht, deze ten la Poste opgeschreven gladiatoren, de opgestoken duim heeft gegeven.

Op naar de Spaanse zon?

De bergen over en Spanje in. Eindelijk echt de Camino op. Ondanks dat het vannacht volgens mij niet echt meer geregend heeft, kon ik helaas niet mijn tent droog inpakken. Jammer, goed uitkloppen want om regenwater terug naar boven te brengen, zoeken ze maar een andere gek. Binnen no-time hing alles weer aan de fiets. Na een ‘wie weet tot ziens’ heb ik Fokko een hand gegeven zat ik er zelf ook op.

Eerst een bakkie en een ontbijtje in het dorp, de bakker wat brood lichter maken en dan hup, omhoog, achter de borden Pampelune of, zoals ze het hier zelf liever schrijven, Iruñea, aan. Naar de Spaanse zon misschien wel, want de donkere wolken hielden de omgeving steevast in hun dreigende greep.

Spanje is dichterbij dan je denkt

Door het dal, langzaam omhoog, waar ik na acht kilometer al in Spanje zat. Caramba! Dat is snel. Ik dacht dat de grens boven bij de pas lag. De echte klim zou beginnen na Valcarlos en omdat het ondertussen weer begon te regenen laste ik daar een snelle koffiepauze in bij de eerste de beste taverna waar ik droog mijn regenkleding aan kon trekken. Die hoefde de rest van de dag niet meer uit.

De Frans-Spaanse grens in Arnéguy

Daarna volgde een klim van een kilometer of zestien, waar ik ruim anderhalf uur over gedaan heb. Lichte versnelling, blik op de volgende bocht en niet te hard van stapel (nou ja, op stapel eigenlijk) lopen, dan kom je vanzelf boven. En boven was in dit geval het op 1057 meter gelegen Puerto de Ibañeta. Voor de beeldvorming, St. Jean ligt op 163 meter.

Niks klooster, warme chocomelk

Boven aangekomen, drijfnat van het zweet en de regen, wilde ik niets liever dan even binnen zitten. Daar het moderne kapelletje  op de pas gesloten was ben ik meteen de afdaling ingegaan naar het iets lager gelegen Roncesvalles, het kloostercomplex maar bovenal de plek met een paar restaurantjes. Tijdens die anderhalve kilometer afdalen besloot ik dat ik, voor ik weer op zou stappen, mijn tassen in te duiken naar die warme spullen.

Het moderne kapelletje boven op Puerto Ibañeta (1057 meter)

Door de kou en de regen heb ik niet de tijd genomen om het indrukwekkende complex beter te bekijken. Ik wou door naar beneden in de hoop op beter weer. Wel heb ik, onder het genot van warme chocolademelk, in het restaurantje waar ik even bij zat te komen, een hostel gereserveerd in Pamplona. De eigenlijke route ging er omheen maar ik vond het toch leuk om in ieder geval even in die stad geweest te zijn.

Vreemde eend in de afdaling

Dus muts onder de helm (dat kreng is verplicht in Spanje), handschoenen aan, fleecejack onder mijn regenjas (heeft iemand nog een krant?) en Buff om de nek. Mijn beenstukken had ik voor vertrek al aangestroopt. Als een eskimo ging het met 40+ naar beneden. Prima weg om hard af te dalen, al hoorde ik in de scherpe haarspeldbochten af en toe een puntje van mijn voortassen het asfalt raken.

In Zubiri was het tijd voor een menu de dia. En wel bij een heus pelgrimstentje waar het stikte van de lopers. Had ik ze in St. Jean wel voorbij zien schuiven, nu kon ik er echt niet meer omheen. Een bont gezelschap van over de hele wereld (maar vooral uit Zuid-Korea) probeerde in het beste Spaans een bord eten te bestellen, wat dankzij de ervaren bediening wonderwel goed en gestructureerd verliep.

Met mijn fiets was ik wel een beetje een vreemde eend in de bijt, al zat ik binnen een mum van tijd landen, weken en afstanden uit te wisselen met een stel Denen en een Australische. Bijzonder hoe die schelp dan toch een band schept en je daarom wildvreemde steevast groet of zelfs uit het niets stopt om een praatje te maken.

Stierenwielrennen?

Daarna was het door naar Pamplona. Over een doorgaande weg die, zij het met tegenwind, langzaam maar zeker bleef dalen. Het werk drukker en onoverzichtelijker en het bleef regenen. Gelukkig was het niet ver. Het hostel dat ik geboekt had ligt aan de andere kant van de stad. Ik moest dus door het centrum om er te komen.

De voorbereidingen op het jaarlijkse stierenrennen zijn in volle gang, op een gegeven moment fietste ik tussen de houten schotten met niemand om mij heen en had ik toch de neiging achterom te kijken. Stel je voor. Ik trapte iets harder en mocht gelukkig een zijstraatje in om de route te vervolgen.

Waslijn in hotelkamer

Het hostel is eigenlijk een soort studentenflat, maar omdat er veel eenpersoons kamers leeg staan worden ze ook verhuurd. En ach, het is twee kilometer van het centrum, aan de route, ik heb een bed, een douche en morgen een ontbijt. Mijn fiets staat in de afgesloten stalling droogrek te spelen voor de tent en dwars door mijn kamer hangt de waslijn met alle uitspoelde natte kleding. Wat kan een fietster zich nog wensen?

De eerste tapas

Met de benenwagen ben ik down-town gesukkeld om even rondte kijken. Dit is andere koek dan Frankrijk zeg. Overal barretjes waar mensen ogenschijnlijk aan het wachten zijn tot ze eindelijk mogen eten.Althans, dat denk ik. Eten begint hier namelijk echt pas rond een uur of negen en tot die tijd moet je je hongerige maag maar zien te vermaken met een paar tapas. Zo gezegd…

Plaza del Castillo, Pamplona

Maar met een paar tapas en andere tussendoortjes heb ik mijzelf weten te redden. Nu een goede nacht slaap proberen te pakken en morgen verder met mijn Spaanse avontuur. De weerberichten geven aan dat ik me nog een dagje groot moet houden en dat daarna de zon weer echt gaat schijnen.

¡Hasta pronto y saludos a todos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: