Welsche kust, Engelse industrie en naar het Peak District

Een lange dag

Ik rij door Wales naar het grotestedengebied tussen Liverpool en Manchester. Op papier geen camping op redelijke dagafstand kunnen vinden. De eerste ligt te ver van de route en de tweede ligt gewoon te ver, dus ik heb een hotelletje geboekt halverwege. Toch nog een flinke afstand. Vooraf schattend (is wat lastig met de routes van het National Cycle Network) denk ik dat ik de 130 wel weer aan ga tikken. Daarna heb ik dan nog drie dagen voor de resterende 200 totaal Hull.

Oostenwind langs de Ierse Zee

Vanaf Patt’s Farm fiets ik vrijwel de hele ochtend de kust. Eerst langs een fietspad dat letterlijk de snelweg volgt. Gelukkig op zo’n manier dat ik er niet echt last van heb en dat ik vooral kan genieten van de mooie vergezichten over de Ierse Zee. En van de plaatnamen hier zeg. Vaak meer letters dan huizen en klinkers vinden ze ook maar zozo. Ik doe niet eens mijn best om er iets van te begrijpen.

De noordkust van Wales

Bij Abergele (dat gaat wel trouwens) laat ik de snelweg achter mij en volg ik kilometerslang een soort boulevard-fietspad. Heel mooi, zolang ik maar naar links blijf kijken. Want rechts is het een mengelmoes van lelijke parken met stacaravans. Het is pittig fietsen. Door de wind is het niet overdreven warm, maar tegen alle statistieken in, komt deze pal uit het oosten. En dat terwijl ik mijzelf toch de hele vakantie de worst heb voorgehouden dat de laatste dagen vanzelf zouden gaan. Niets is minder waar. Het kost mij flink wat kracht om er een respectabele gang in te houden.

Behoudend schakelen

Na Prestatyn draai ik rechtsaf de heuvels in. Wetende dat ik nog niet eens op de helft zit en schakel ik naar een behoudende lichte versnelling en trap rustig omhoog. Eenmaal boven zie ik in de verte Liverpool liggen. Terug naar het water en voorbij Shotton zit ik, zonder er erg in te hebben, in Engeland. Dit is echt alleen te merken door het gebrek aan Welsh in het straatbeeld en de vele Engelse vlaggen vanwege de op handen zijnde wedstrijd.

Urban afzien

De route loopt nu door industriegebieden. Ondanks dat de makers hun best gedaan hebben om de drukke wegen zo veel mogelijk te vermijden – wat vaak alleen lukt door hele beroerde tussendoor- of omweggetjes te kiezen – rij ik veel naast of op drukke wegen. Een blik op de kaart laat zien dat het hier ook niet anders kan. Leuk is anders. Zwoegen op een zware klim heeft echt wel iets. Zelfs (of juist) met bagage. Maar als je ondertussen pauzeloos ingehaald wordt door het voorbijrazende verkeer, dan ben je er snel klaar mee.

River Dee

Een ezel stoot zich in het algemeen…

In Frodsham maak ik de klassieke vergissing. Een pub met schaduwrijk terras, het loopt tegen vijf uur en ik heb na al dat water dorst in iets anders. Ergens tussen de deuropening en de toog is de verstandige bitter-lemon veranderd in een pint of lager please, waar ik met een paar volle teugen van geniet. Het is tenslotte nog maar een kilometer of 15. Wat kan er misgaan? Ik wist nog niet dat de routemakers nog een paar verrassingen voor mij in petto hadden in de vorm van stevige klimmetjes en een onverhard ‘fietspad’ van grof gravel (halve bakstenen dekt de lading beter) dat ook dienstdoet als toegangsweg voor een zangafgraving. De bijbehorende vrachtwagens hebben de weg in de loop der tijd vrijwel onbegaanbaar gemaakt voor zware vakantiefietsen. Vloekend en tierend worstel ik mij hier ook doorheen en rij de laatste kilometers weer langs drukke snelwegen naar The Pattens Arms Hotel in Warrington.

Warm ontvangst op een hete dag

Het is een goedkoop hotel. De meeste gasten zijn er voor werk en de aannemersbusjes op de parkeerplaats verraden hun beroep. Maar ik word met alle egards ontvangen door de manager (die een beetje op de jongere broer van Prem Radikhishun lijkt). Mijn fiets mag naar binnen in de vergaderruimte. Ik ben echt gesloopt. Na een lange, koude douche bestel ik wat te eten in de bar van het hotel. Vanwege het voetbal zit het goed vol. Met bouwvakkers. De wedstrijd kan mij niet zo boeien. Het is bloedheet in de bar, dus als ik mijn eten op heb, ga ik buiten zitten met een biertje. Aan de hand van het geschreeuw kan ik het wedstrijdverloop nog aardig volgen. De verlenging en de penalty’s kijk ik met een half oog op de kamer, terwijl ik zit te schrijven aan mijn blog.

Trans Pennine Trail

De volgende morgen vroeg aan het ontbijt. Ik voel de dag van gisteren nog als de dag van gisteren dus ga deels op de gezonde toer met een grote bak muesli en wat toast. Vooruit, de vitrine met het Engelse ontbijt ziet er zo aanlokkelijk uit dat ik daar ook een kleine selectie uit kies. Warrington uit gaat wonderwel makkelijk. Een paar verkeershindernissen in de drukke ochtendspits en in rij op een oude spoorweg die deel uitmaakt van National Cycle Route 62 – de Trans Pennine Trail. Deze route loopt dwars door Engeland en komt bijna uit in Hull. Dat treft. Op een paar hele onlogische omwegen na volg ik deze route de hele dag. Het eerste stuk rijdt heerlijk. Fijne gravel, rustig en geen kuilen. Dat ik dwars door de randsteden van Manchester rij, merk ik alleen af en toe aan de geluiden of omdat ik een snelweg oversteek of onderdoor ga.

Mountainbiken en zelfs lopen

In Manchester loopt de route door de buitenwijken. Het wordt langzaam weer heuvelachtiger en in de verte doemt het Peak District al op. Het mooie pad is veranderd in een echte mountainbike-trail. De vaart gaat er dus behoorlijk uit. Voor het eerst deze vakantie moet ik echt lopen op een helling. Te steil en te losse ondergrond om een beladen vakantiefiets overeind te houden. Om misbruik van het pad te voorkomen staan er ook om de haverklap hindernissen waar ik mijn fiets half liggend doorheen moet zien te wurmen. De fietsreiziger zat in ieder geval niet in de gedachten van de mensen die het pad hebben aangelegd.

Vertragende maatregelen

Onverwachte camping

Overnachten is ook vandaag lastig. In het National Park zelf kan dat vrijwel niet en campings zijn sowieso dun gezaaid. Bij vertrek was het plan om er doorheen te rijden naar een camping. Weer een rit van over de honderd kilometer. Omdat mijn benen er niet bepaald zin in hebben, ik bij Torside Reservoir (een stuwmeer) ineens een camping zie en sowieso nog twee dagen heb om ongeveer 150 kilometer af te leggen knijp ik in de remmen.

Crowden Campsite

Crowden Campsite is heerlijk rustig en kleinschalig. Geen wifi, nauwelijks bereik met de telefoon maar bergen rondom en een hoop schapengeblaat. Geen afleiding. Lekker lezen en uitrusten. Het ligt aan een wandelroute en veel van de campinggasten zijn ook wandelaars op doortocht of wandelaars die de camping als uitgangspunt gebruiken. Rond een uur of vier staat de tent, is de ketting van mijn fiets ontdaan van al het gravel, heb ik gedoucht en hangt de was weer als vanouds te drogen. In de schaduw van een grote boom werk ik met een kop koffie aan deze tekst, voor ik het vroeg voor gezien hou.

Slán agus beannachtai do gach duine!

3 gedachten over “Welsche kust, Engelse industrie en naar het Peak District”

  1. Erik, wederom een leuk stukje. Ik vind het jammer en zal over enkele dagen, echt deze luchtje stukjes tekst over jouw ervaringen onderweg gaan missen. Doe voorzichtig de laatste dagen. Johan

Laat gerust een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.