Verwaaien op de Zeeuwse eilanden

Als ik de Brabantse Wal afrij en voorbij Woensdrecht de provinciegrens oversteek, draaien de windmolens alsof het een lieve lust is. Zeeland, de provincie waar de helft van mijn roots liggen, voelt op de een of andere manier altijd een beetje als thuiskomen. En het voelt niet alleen vertrouwd, het ruikt ook zo. Ik weet niet precies wat het is, maar de geur in Zuid-Beveland brengt mij terug naar de talloze logeerpartijen bij mijn opa en oma op Kapelle. Terug naar de kas, de boôherd en de tuun.

Schapen en schepen

Blokhut of niet, het was weer een koude nacht en ik ben blij met mijn nieuwe slaapzak, al heb ik halverwege wel mijn sokken weer aangedaan. Koffie, havermout en handen warmen bij het gasfornuisje. Een uurtje eerder dan gisteren stap ik op en rij ik de camping af. Onder Rilland peddel ik over de Westerscheldedijk richting het westen. Links varen de schepen van en naar Antwerpen, rechts grazen de schapen en de lammetjes. De dijk zorgt voor een beetje beschutting zodat ik niet al teveel last heb van de wind, die nog steeds stevig uit het noorden waait.

Besuukerd door de Zeeuwse bolussen

Koffietijd in Kruiningen. Bij de bakker staan een aantal Zeeuwse oma’s. Klein van stuk, kordaat en spierwitte haren. De tongval waarmee ze hun Paasbestelling doen klinkt als muziek in de oren. Voor onderweg koop ik voldoende krentenbollen voor twee dage, maar belangrijker dan dat zijn de echte Zeeuwse bolussen, waar ik samen met een kop koffie op het bankje voor de deur van geniet. Gelukkig staan er in deze tijd overal dispensers met desinfectiemiddel, zodat ik niet met mijn besuukerde vingers in mijn handschoenen hoef.

Zeeuwse bolussen

Midden op de dag bij het middelpunt

Ik probeer van de relatieve windstille richting in de ochtend gebruik te maken en flink door te rijden. Eindpunt van de dag ligt op 160 kilometer en eerlijk is eerlijk, ik ben er nog niet helemaal gerust op of het wel realistisch is dat ik dat ga halen. Bovenlangs de Zak van Zuid-Beveland, over allerlei populieren-omringde dijken bereik ik rond de middag Middelburg. Zoals de naam doet vermoeden ligt deze stad ook halverwege dus snel koers richting Vlissingen.

Trekdijk onder de rook van Middelburg

Het weerzien van de zeeheld en met de zon

Daarn sta ik even stil bij het standbeeld van Michiel de Ruyter, terwijl precies op dat moment Zr. Ms. de Zeven Provinciën voorbij komt varen. De moderne opvolger van het vlaggenschip waar vanaf hij zijn beroemde zeeslagen heeft geleid. Zoals ik gisteren al schreef: toeval bestaat niet. Na Vlissingen ruil ik de polders in voor de Walcherse duinen met beroemde badplaatsen als Zoutelande, Westkapelle en Domburg. Mijn opa had gelijk. Zeeland heeft de meeste zonuren. Ondanks het frisse weer piept ze, naarmate de dag vordert, steeds vaker tevoorschijn en als je de wind dan wegdenkt is het meteen aangenaam.

Klop klop – ik heb honger

Het is flink wat drukker hier. Toch nog veel toeristen en dagjesmensen op pad. In Domburg is het zelf zo erg dat het voetverkeer op de hoofdstraat door regelaars in reflecterend geel geregeld wordt. Ik rij een straatje om. Langzaam beginnen de kilometers te tellen en alhoewel ik aan krentenbollen geen gebrek heb, net zomin als aan zoete gelletjes, is de verleiding te groot als ik bij Oostkapelle even de duinen uitrij en zowat struikel over een frietkot. Met Cola voor de suikers en de zoute friet is de flauwte weg en begin ik vol goede moed aan de laatste veertig kilometer.

Hartige trek

Deltawerken – met de nadruk op werken

Via de Veerse Gat-dam en een streepje Noord-Beveland kom ik uit bij de Oosterscheldekering. Dat blijft toch altijd een imposant stuk civiele techniek maar vooral indrukwekkende historie. Als kind heb ik ademloos geluisterd als mijn opa en oma vertelden over de inundatie van Walcheren in ’44 en de watersnoodramp van ’53. Om de ernst van die geschiedenis kracht bij te zetten, zorgt de noordenwind – die hier aan de kust natuurlijk vrij spel heeft – dat ik deze stormvloedkering niet te snel achter mij kan laten. Pas als ik, na Neeltje Jans en nog een stuk van de Deltawerken op Schouwen-Duiveland aangekomen, staand op de pedalen links de duinen weer indraai, gaat de druk er een beetje af.

Verwarmd kamperen

Ik vervolg de route door Burgh-Haamstede en de ruige duinen van de Kop van Schouwen. Voorbij Renesse, op Ellemeet, ligt natuurcamping Hoeve Batenburg, waar mijn broer en zijn vriendin voor de gehuurde camper genieten van de laatste zonnestralen en een eerste glas(?) La Chouffe. Mijn tent mag op het trekkersveldje staan. Aan de andere kant van het pad, dus feitelijk zijn we buren. Voor zover ik kan zien ben ik de enige tentkampeerder tussen de campers en caravans en terwijl een mevrouw onderweg naar het toiletgebouw mij als dapper bestempeld, prijs ik mij gelukkig dat ik de avond door kan brengen in de warme camper met een stevig bord pasta, een glas wijn en bovenal goed gezelschap.

Eén antwoord op “Verwaaien op de Zeeuwse eilanden”

Vraag of opmerking? Laat gerust een reactie achter.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.