Kilometers spoor tot Goole

Als de porridge van het ontbijt zowat mijn oren uitkomt, snap ik ineens waar de Engelsen de term push bike vandaan hebben. Wat ben ik blij dat ik gistermiddag op tijd in de remmen geknepen heb zeg. Moet er niet aan denken dat de eerste twintig van vandaag de laatste van gisteren hadden moeten worden. De Trans Pennine Trail is alles van strak, langzaam afdalend asfalt op een voormalig spoortracé tot onmogelijke klim op  rotsachtige singletracks. En die krijg ik voorgeschoteld als ik koud van de camping ben weggereden.

Push bike

Voor de tweede keer deze vakantie loop ik naast de fiets. En ik kan je verzekeren dat het een beste push is, een volgeladen vakantiefiets. Gelukkig zijn de uitzichten geweldig en heb ik er een prima nacht slaap gehad. De benen voelen goed en zolang de wegen omlaag maar niet te slecht zijn, kan ik er zelfs wel van genieten. Omlaag over een rotspaadje is afdalen met een vakantiefiets vol bepakking misschien nog wel vervelender dan omhoog.

Peak District na de push-klim

Kedekkedeng-kedekkedeng

Op een paar stukken na volg ik de hele dag een oude spoorlijn. Soms gravel, soms zand en soms asfalt. En soms lijkt het wel dat ze vergeten zijn om de bielzen  of kiezels weg te halen en stuiter ik zo hard dat mijn tassen gevaarlijk in hun ophanging kraken. Maar over het algemeen gaat het vrij makkelijk, temeer omdat ik de dag begin met wind in de rug. Het is het ook wel een beetje saai. De route gaat om de dorpjes heen, zodat ik daar niet zo veel van zie.

Fietsen over een spoortracé

Ik hou de kleren aan

Koffie in Penistone, een sandwich in Bolton Upon Dearne en even na de middag in Doncaster met een dubbele espresso op het terras bedenken waar ik ga slapen. Op de digitale kaart had ik een camping gezien, een kilometer of vijftig van Hull. Een stevig rondje Google onthult dat dit een nudistencamping is. Het heeft niet veel om het lijf maar dat gaat mij iets te ver. Verder geen campings in de wijde omtrek dus ik start de app van booking.com dus nog maar een keertje op.

Het doel wordt Goole

Doncaster is een leuk en druk plaatsje maar als ik de route volg toch nog zo’n negentig kilometer tot de P&O Terminal in Hull. Dat kan natuurlijk prima, want ik hoef pas om een uur of zeven ‘s avond aan boord, maar om eventuele tegenslag ook nog steeds het hoofd te kunnen bieden, wil ik toch nog wel wat dichterbij slapen. Uiteindelijk vind ik een hotelletje in Goole, zo’n veertig kilometer verder.

De kerk in Doncaster

Allemaal beestjes (nou, nou, nou)

De lucht wordt drukkender (en ook flink drukker wat de kleine, irritante, op zweterige lichaamsdelen plakkende vliegjes betreft) en er ontstaat zelfs bewolking. Zou het? Nee, het blijft bij dreigen. Twee uur later ben ik in Goole, heb ik het hotel gevonden en kan ik rustig mijn tassen vast organiseren voor de overtocht morgen, voordat ik onder de douche stap om het stof, het zweet en de vliegjes van mij af te spoelen.

Dreigende wolken

Het ene stoplicht springt op rood…

Goole is een stadje met een binnenhaven. Zo’n zestig kilometer van de zee. Da’s best bijzonder. Ik merkte dit pas toen ik het stadje inliep om te gaan eten en aan het einde van een straatje ineens een zeeschip zag liggen. Verder is het zo doods als wat. De pub die ik voor ogen had serveerde tot zeven uur, dus uiteindelijk moest ik het doen met een portie fish and chips en als toetje een fruitsalade van de supermarkt.

Dé rotonde van Goole

Weemoedige vooruitblik

Morgen alleen nog een korte etappe naar Hull. Lekker rustig aan zodat ik niet overdreven bezweet in die stad aankom zodat ik mij nog enigszins onder de mensen kan vertonen. En dan is het uit met de pret. Vooruitlopend op de nabeschouwing: wat is het toch snel gegaan.

Slán agus beannachtai do gach duine!

Laat gerust een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.