Friluftsmuseum

Als je van weeromstuit tijdens het fietsen in de wildernis je heil zoekt bij een podcast, dan weet je dat je een overdosis natuurschoon te pakken hebt. Een uur na vertrek sla ik linksaf een pad in en mijn navigatie vertelt dat ik dat ruim dertig kilometer moet volgen voor er weer een afslag kom. Daarna een mededeling van gelijke aard. Enkele uren alleen met het geknisper van het gravel onder mijn banden en een weg die mij langzaam naar het hoogste punt van dit stuk van de route voert.

Soort van plat

Maar de dag begint wat haperend. Als ik tegen negenen alles goed en wel op de fiets heb hangen valt mij op dat mijn achterband plat staat. Niet helemaal leeg, maar toch. Waarom ik last-minute toch voor binnenbanden ben gegaan in plaats van tubeless is mij nu een raadsel. Even later sta ik met de betreffende binnenband in de gootsteen te zoeken naar het minuscule lek. Het lijkt een stootlekje en de buitenband ziet er nog goed uit. Meteen plakken, dat scheelt een reserveband. Ik hoop het niet, maar het zou natuurlijk een voorteken van nog meer ellende kunnen zijn.

Van uitstel…

Na dit oponthoud fiets ik via de lokale supermarkt om de dagvoorraad op peil te brengen en mijn ontbijt van een flapjack aan te vullen met wat Zweedse lekkernijen. De koffie, zo besluit ik, komt dan wel in het plaatsje Dala-Järna. Maar goed en wel op weg sta ik voor een bord met Omväg en uit de rest van het verhaal maak ik op dat de brug over de Västerdalälven niet toegankelijk is voor verkeer. Er klinken ook zoveel bouwgeluiden in de verte dat ik niet eens ga kijken. Het alternatief dat ik vind brengt mij net na Dala-Järna terug op de route, over een smalle houten brug die voor auto’s eigenlijk niet toegankelijk is. Koffie zal ik dus zelf moeten zetten.

De Omväg-brug

Teveel van het goede?

Hoewel ik er bij een aantal stuiterende grindafdalingen wel aan denk, blijft mij verder malheur met de banden bespaard. Het fietsen over gravel in combinatie met de hoogtemeters die daar gewonnen moeten worden, gaat traag. Eindeloze bossen, meren, af en toe een jachthut. Het is ruig en verlaten, wat nog versterkt wordt door af en toe een bord waarop je eraan herinnerd wordt dat je hier op jezelf bent aangewezen. Het is echt prachtig maar ook een beetje geestdodend. gek eigenlijk. Want als je over dezelfde afstand af en toe door zo’n mooi stuk zou rijden dan noem je het een mooi afwisselend gebied.

The road ahead is empty…

Faluröd

Wat ben ik blij als ik bij het Siljan-meer eindelijk weer een beetje asfalt zie. En bebouwing. Niet zomaar huizen, maar van het soort dat je verwacht aan te treffen in een openluchtmuseum. De typische rode boerderijen worden meer en meer afgewisseld met nog veel oudere optrekjes gemaakt van grove houten balken. Ik rij over een autoweg het voormalige eiland Sollerön op. Het is al een goed eind in de middag wanneer ik met een welverdiende kaffe en een koude cola op het terras zit.

De oversteek naar Sollerön

Voldaan

Ik verlaat Sollerön aan de andere kant en volg een tijdje de autoweg tot er weer een rustiger alternatief is om in Mora te komen. Een wat groter plaatsje waar je alles kunt krijgen. Maar ja, ik heb niets nodig, rij verder en heb mijn oog laten vallen op een kleine camping aan het Orsasjön, een paar kilometer voor het plaatsje Orsa. Våmåbadets Camping is er alweer een eentje gerund door Nederlanders. Het lijkt wel of ze allemaal Nederlandse eigenaren hebben. Dat mag de pret in dit geval niet drukken. In tegendeel. Het ontvangst is hartelijk en de eigenaar helpt mij een geschikte plek voor de tent de zoeken. Een duik, een douche en een biertje verder ben ik helemaal gelukkig. Even overweeg ik op het aanbod van een pizza in te gaan, maar ik heb gaandeweg de dag zoveel gegeten dat ik het bij het laatste broodje hou.

Camping life

Vi ses snart och hälsningar till alla!

Vraag of opmerking? Laat gerust een reactie achter.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: