Dag 32: Casteldelpiano – Capodimonte

Het eerste liep vandaag langs en over de uitlopers van Monte Amiata, die beschreven staat als een oude vulkaan. Het hele gebied is dan ook vulkanisch. Van de Monte Amiata, door de tufsteenregio, naar het kratermeer Lago di Bolsena. Een haast onrealistische etappe, landschappelijk gezien in ieder geval. Veel steile rotspartijen met uitgehakte holen. Ook de schaarse dorpjes staan als geplakt, natuurlijk, bovenop die rotsen. Wie denkt dat hoogbouw iets van de laatste tijd is moet hier maar eens komen kijken. Als je maar een paar vierkante meter rots hebt dan moet je wel de lucht in met je dorpje. En weer viel het op hoe rustig, zeg maar stil, het was.

Roed Koelit en Johan Crooif

Een enkele auto, een enkele wielrenner. En met een van de laatste heb ik mijn langste Italiaanse gesprek ooit gevoerd. Helemaal uit Hollanda, forte, jazeker (de benen), Roed Koelit en Johan Crooif zijn allemaal aan bod gekomen. Pas bij het Lago di Bolsena werd het weer iets drukker. Een meer vol zwemmende, vissende en bakkende Italianen. Met als uitzondering op de regel een Hollander die, toen zijn tentje stond, nog mooi even een duik genomen heeft.

Nationaal toerisme

Gek. Ik heb echt goed gekeken maar er zijn in deze omgeving vrijwel alleen maar Italiaanse nummerborden. Ook op de camping vorm ik, met een handjevol Duitsers en een enkele Fransman, de vreemde uitzondering. Het is compleet gevuld met Italianen en ook zo ingericht. Denk daarbij aan hurktoiletten, hutjemutje op elkaar staan en een rust in de middag die bedrieglijk blijkt te zijn als het avond en fietsersbedtijd begint te worden. Ook de rest van het meer is volledig Italiaans terwijl je zou denken dat je met zo’n mooie plek ook internationale toeristen moet kunnen trekken. Misschien willen ze dat niet en is dit wat voor ons Bloemendaal aan Zee (Woodstock) en Parnassia zijn. Lekker met elkaar, zonder die rare toeristen van ver, met hun rare wensen en gewoontes. Het valt ook op dat in de verste verte geen fatsoenlijke winkel te vinden is. Alleen een paar hele kleine winkeltjes met net niks en gelukkig de campingwinkel voor het biertje tijdens het typen. Niet dat ik verder wat nodig had, want gewaarschuwd door de routebeschrijving heb ik vanmorgen meteen mijn tassen volgeladen. Je kan het maar bij je hebben voor je gaat klimmen.

Dipdag

Het moest er een keer van komen en deze plek, waar je tussen alle Italiaanse Tupperware-bewoners toch een beetje een vreemde eend in de bijt bent, helpt ook niet echt. Ik betrapte mijzelf er vanmiddag op dat ik zat te denken hoeveel dagen ik nog moet. ‘Moet’, niet ‘mag’. Rome komt dichterbij en eigenlijk heb ik ook best wel weer zin om naar huis te gaan.
De afgelopen weken heb ik steeds een hoop afleiding gehad door in de avonduren met andere fietser op te trekken, te internetten of door lekker te lezen. En juist op zo’n dipdag geen medereizigers, geen WiFi en verdorie, gister mijn laatste boek uitgelezen. Zowel in Capodimonte als een dorp verder was geen internationale letter te vinden. Geen kranten, tijdschriften en laat staan boeken. Dat is dan toch wel het nadeel van alleen op pad zijn dan. De hele avond Angry Birds spelen op iPad? De route tot aan Rome uit je hoofd leren? Uitgebreid koken (op 1 brandertje)? Laat ik het er maar op houden dat dit een off-day was. Morgen mag ik weer lekker fietsen. Een niet zo lange etappe naar het volgende kratermeer. Onderweg eens informeren of er een mooie route naar Lago di Bracciano is. Ik heb een dag of wat over voor nog een dagje relaxen. Van daaruit wil ik naar een camping boven Rome, waar vandaan ik de stad kan bezoeken.

A presto e saluti a tutti!

 

Laat gerust een reactie achter