Dag 28: Monte di Fó – Florence

Zoals het hoort op een zondag heb ik vanmorgen een beetje uitgeslapen. Het was pas na zevenen dat ik wakker werd. Meestal begint de zon samen met mijn biologische klok al eerder te rammelen. Vers brood, jam en een liter koude melk uit de campingwinkel waren voldoende om mij weer een goeie opkikker te geven. Na een tot ziens aan mijn medefietsters ging ik op pad. En het begon omlaag. Dat is altijd fijn. Al was het stiekem van korte duur en liep het ook weer snel op en af. Maar onder de streep stonden vandaag twee echte afdalingen en maar één beklimming. Bij de laatste moest ik een kilometer of acht vals en flink vals omhoog en zoals dat bij hoogste punten hoort was er ook een uitbater waar ik de overwinning kon vieren met een kop koffie (nadat ik mijn bidon leeggedronken had).

De stad

Daarna ging het eigenlijk alleen maar omlaag door het geurig en kleurig Toscaanse landschap. Cipressen, olijven, heuvels en prachtige uitzichten, in combinatie met heerlijk freewheelen naar beneden. Zo kan ik de wereld wel rond als het moet. Langzaam kwam ik steeds dichter bij Florence. Via de buitenwijken reed ik naar de camping aan de zuidzijde van de stad. Een mooie stadscamping waar je op sommige plekken een prachtig zicht hebt op de beroemde gebouwen. Iets later dan mij kwam een van de medefietsters ook aan. Na een middag relaxen om de ergste warmte af te wachten zijn we de stad ingegaan om de beroemde gebouwen te bekijken. In de stad was het nog steeds bloedheet. Dat blijft vrees ik. We kwamen ook tot de conclusie dat voor het bekijken en beleven van mooie steden de temperatuur echt omlaag moet. Zoals het nu is is het gewoon niet te doen. Je loopt van waterkraan naar ijsboer, van schaduwplek naar windhoek. En de echte stad zie je daardoor nauwelijks.

Te warm voor de renaissance

Daarom heb ik besloten om morgen door te rijden naar Sienna. Ook daar zal het warm zijn. Of ik er een dag blijf weet ik nog niet. Ik wil in ieder geval kijken of het mogelijk is om een detour via de kunst te maken. Een mooie fietskaart van Umbrië moet voldoende zijn om dat voor elkaar te krijgen. Rustdagen komen dan aan het water. De zee of misschien ook wel het meer van Bracciano, boven Rome. Boven de 30 graden zijn de steden met al hun pracht en praal nou eenmaal niet op hun best. Ergens vind ik het zonde van het ‘er toch zijn’ maar aan de andere kant voel ik mij op mijn best op de fiets of, na een dag afzien, relaxed in de schaduw, het liefst met mijn voeten in het water.

A presto e saluti a tutti!

 

Laat gerust een reactie achter