Dag 25: Oriago – Ferrara

Dat was een eind! Al ging het eigenlijk wel voorspoedig. Om 7 uur reed ik de camping af en voor ik het wist zaten de eerste 50 km er alweer op. Ik had me ingesteld op een saai stuk en dat was het ook. Droge, dorre maïsvelden zover het ook kon reiken. Ik vroeg ik mijzelf af of maïsvelden aan hun einde altijd zo dor zijn.

Droogte

De Italiaanse krant die ik in een barretje zag liggen gaf uitsluitsel. Niet dat ik iets van het stuk begreep maar de dorre maïs op de voorpagina stond daar vast niet omdat het zo hoort. Hoe dichter ik bij de Po kwam hoe droger alles werd. Vreemd. Op een gegeven moment miste ik alleen nog een voorbij rollende struik en die man met die mondharmonica. Ook de temperatuur had zich in de loop van de ochtend weer herpakt. Gelukkig stond er wel een briesje die nog voor een beetje verkoeling zorgde.

Van de vlakte tot de Po

Om een uur of 11 zaten de 80 km tot aan de Po erop. Ik had flink doorgefietst. Omdat er landschappelijke toch niet veel te genieten viel werd het een beetje een prestatietocht naar de verkoeling van de rivier. Helaas. De rivier was er en ook de noordelijke dijk. Geen streepje schaduw en wind uit het noordoosten, opgewarmd door het droge land. Als je niet beter zou weten kon je denken dat je naast de Nijl reed. Water, zand, dorre vlaktes en een trillende horizon.

Verkoeling aan lagerwal

De Po is een vrij grote rivier vol zandbanken. Soms zie je hele brede stranden. Hoewel de Rijn op sommige stukken niet veel breder was, is het grote verschil dat er op de Po niet gevaren wordt. Dat is door de hoeveelheid zand niet mogelijk. Alle feitjes ten spijt was het gewoon ook erg warm. Dat merkte ik pas toen ik na een kilometer of 20, voor ik naar de zuidoever ging, bij een barretje een halve liter koude cola slurpte. Ik heb er een half uur gezeten en het zweet bleef stromen. Op de zuidkant ging het prima. De wind kwam nu over het water en was daardoor aanmerkelijk koeler. Voor ik het wist stond ik in Ferrara op de camping.

Rust is ook cultuur

De camping is een gemeentecamping. Grappig. Je ziet het aan de teksten die her en der staan. Die verwijzen naar regelgeving en zijn uit voorzorg. Zo wordt anti-slip schoeisel in de natte ruimtes dringend geadviseerd omdat er geen aansprakelijkheid kan worden geclaimd bij uitglijden. De beheerders zijn echter zeer vriendelijke en behulpzaam. Daarbij spreken ze bijzonder goed Engels en kunnen ze zo bij de plaatselijke VVV werken. Simpel om een kaart van de stad vragen is er niet bij. Je krijgt meteen de uitleg van wat je allemaal hoe en waar moet gaan bezien.

Siesta

Mooi verhaal. Mijn middag bestond echter vooral uit zelfgemaakte icetea en mijn matje in de schaduw. Pas rond een uur of 5 ben ik op de fiets gestapt en heb ik even rondgekeken in de stad. Weer een oude studentenstad, met erg weinig van zijn doordeweekse inwoners en overal lege fietsenrekken. Veel hobbelige straatjes met grote kiezels en mooie, statige gebouwen. Uiteindelijk was ik te moe om echt iets te bekijken een waren de meeste zaken ook gesloten. Met wat vers fruit en wijn uit drinkpakjes (die verbazend lekker smaakt) ben ik teruggegaan naar de camping voor een potje prut uit een zakje en een vroeg welterusten. Morgen Bologna.

A presto e saluti a tutti!

 

Laat gerust een reactie achter