Dag 20: Burgos – Carrión de los Condes (100 km)

Als het je voor de wind gaat dan is het makkelijk om te genieten van de lange rechte stukken en eindeloze graanvelden om je heen. Maar iedere lopende pelgrim die je, naarmate het warmer wordt, ziet zwoegen herinnert je er aan hoeveel geluk je hebt. Fluitend leg je in een uurtje de afstand af waar zij het grootste gedeelte van de dag voor uittrekken. 

Uitzicht in het kwadraat

De afspraak was om een dagje met elkaar op te fietsen. In de schemering na de ochtend alles ingepakt en door een ontwakend Burgos op pad gegaan. Het routeboekje beloofde wat hellingen en daarna de glooiende hoogvlakte van de streek Tierra de Campos. Schaduwloos en uitgestrekt. En als altijd had het boekje het aan het rechte eind.

Een van de steeds zeldzamer worden dorpjes in Tierra de Campos

Maar saai was het allerminst. De enorme uitgestrektheid was juist prachtig en indrukwekkend. Je voelt je als fietser nietig, onder de brandende zon en kunt je amper voorstellen hoe de wandelaars zich moeten voelen die geen rijwind of een afdaling als beloning na de klim krijgen. Stoppen doe je alleen als erheen boompje staat die net voldoende schaduw op de weg werpt om er in te blijven staan.

Nog even aangenaam schaduw op de weg naar San Antón

Geboortegolf?

En ooievaars. Ik had ergens het idee dat die erg zeldzaam waren maar ze zitten gewoon allemaal in Noord-Spanje. Op een gegeven moment kwamen we langs een kerk war er wel een stuk of twaalf op zaten. Je zou bijna denken dat ze hier last hebben van een ooievaarsplaag, zoveel van die beesten kom je tegen. En toch kijk ik er iedere keer weer van op als ik er eentje zie.

Voor de wind dus. Het grootste gedeelte van de dag. En dan vliegen de kilometers onder je door, ondanks de gebruikelijke stops voor koffie en een broodje. Keer op keer kwamen wede wandelaars tegen. Niet alleen kruisde de routes maar we reden ook regelmatig hele stukken met elkaar op. Je blijft groeten. ‘Buen Camino!’ Hoeveel het er ook zijn. Want zeker zo voor de wind voelt het asociaal om gewoon voorbij te rijden.

Santiago de Compostela komt langzaam dichterbij

Vroeg aan de siësta

Nadeel van de lange stukken zonder alteveel bijzonder gebeurtenissen is dat je er ook niet al te veel over kunt vertellen. Ja, een prachtige ruïne van de abdij in San Antón, waar we, vlak voor we onder de oude bogen reden door een schreeuwende Spanjaard gemaand werden een stempel te komen halen voor onze credencial. En of we wat van zijn prullaria wouden afnemen. Ik heb het bij de stempel gelaten.

De ruïne van de abdij in San Antón

Geen eten onderweg deze keer want het ging zo lekker dat we rond een uur of een al op de bestemming waren. Carrión de los Condés is een van de vele etappeplaatsen van de Camino, dus voldoende vertier en horeca voor de veeleisende fietsreiziger. De aankomst hebben we op het dorpsplein gevierd, voordat we op de camping aan een rustige siësta begonnen zijn.

Camping El Eden in Carrión de los Condes

¡Hasta pronto y saludos a todos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: