Dag 18: Los Arcos – Belorado (116 km)

Eindeloze wegen die rechtuit golvend het dorre landschap splitsen. Enkel bij de stroompjes een groene strook. Roodbruine aarde of graanvelden en aan beide kanten, ver of dichtbij, de versleten bergen. De zon is voorzichtig teruggekomen en de trillende einder waarschuwde vast voor de hitte die de de reiziger hier eigenlijk hoort te teisteren.

Burgelijk ongehoorzaam

Niet zo vroeg als sommige wandelaars maar mooi op tijd had ik mijn tijdelijk onderkomen weer op de fiets zitten en zwaaide ik rond half acht albergue Isaac Santiago vaarwel. Terug op de weg in de hoop vandaag, nu het nog niet zo warm was, een flink aantal kilometers te kunnen maken. De hoop op kamperen had ik al opgegeven omdat er alleen rond de zeventig kilometer een camping zat en daarna pas in Burgos, wat me met 170 km toch te gortig leek.

Onderweg naar Viana

Noord Spanje sliep op deze zondagmorgen. Zelfs de Guardia Civil kon het, wakend over de pelgrimsroute, niet laten om een oogje – wat zeg ik, twee oogjes – dicht te knijpen. Blij toe want volgens de Spaanse regels zou ik buiten de bebouwde kom met helm moeten fietsen. Iets wat ik gisteren wel gedaan heb maar wat toch niet echt beviel. Alleen bij snelle afdalingen natuurlijk.

Een stempel van Marcelino

Viana, weer zo’n oud vestingstadje met bijbehorende klim, had gelukkig een barretje dat wel open was. Koffie en een lekker broodje graag. En bij de bakker een brood voor het geval dat. Daarna ging het door naar Logroño, de hoofdstad van de Rioja regio waar ik ondertussen in beland was. Ik ben er vrij snel doorheen gereden. Wel een mooi centrum maar verder vooral inderdaad de grote provinciestad.

De ochtend was nog steeds fris en bewolkt, al deed de zon bij tijd en wijlen haar best om door de wolken heen te prikken. Eerst vooral wijnvelden en later op de dag veel graan. En heuvels. De hoogtemeter ging op en neer tussen de 400 en de 800 meter. Na Logroño volgde een park bij een stuwmeertje, waar Marcelino Lobato Castrillo dagelijks een hutje bemand om de langstrekkende pelgrims van fruit en stempels te voorzien.

Marcelino had voldoende klandizie vandaag

Een ezel…

Etenstijd kwam om de hoek maar daar hadden de Spanjaarden een ander idee over. Omdat de fietsroute niet altijd de wandelroute volgt kwam ik vooral door dorpjes die weinig pelgrims te verduren krijgen. Dus om dan op zondag af te wijken van de normale gebruiken – dacht het niet. Pas rond half twee, in Santo Domingo de la Calzada, kon ik neerstrijken op een terrasje voor het menu de dia. Geleerd van de volle buik van gisteren bestelde ik als eerste gang maar een bord gemengde groente.

Wie zou de planten water geven?

Geen camping op dit gedeelte, zoals ik al vermelde. En omdat ik een flinke kan wijn voor mijn kiezen kreeg, had ik tijd over om even online op onderzoek te gaan. Belorado was nog een kleine dertig kilometer en laat daar nu een goed aangeschreven hotel / albergue zitten. De slaapzaal met stapelbedden stel ik nog even uit dus het werd een kamer voor mijzelf alleen. Niet zo gezellig maar wel een betere garantie voor een ononderbroken nachtrust.

Alleen nog ‘tumble weed’ toevoegen

Er volgde dus nog dertig kilometer, met de wijn in de benen. Dwars door een scène van ‘Once upon a time in the West’. Gelukkig liep het eerst vals af, daarna vals op. De wind had zich vandaag bedacht en waaide uit een andere hoek, zodat de afstand vrij ongemerkt voorbij vloog en ik mij constant kon verbazen over dit dorre droge land.

Route 66 is er niets bij

Het internet had niet gelogen. Een oase voor pelgrims, met zwembad, heerlijk terras en restaurant. Hier kan een mens goed recupereren na een dag fietsen.

Hotel en albergue A Santiago

¡Hasta pronto y saludos a todos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: