Dag 11: Saint-Angeau – Minzac (126 km)

Geen Brit te zien toen ik vanmorgen zachtjes met de stokken en de haringen in de weer was. En toch was het niet overdreven vroeg. Ze namen het er van op deze zondag. De Fransen trouwens ook. Zelfs de boulangers. En dat wisten ze, want bij die van Brie was het een drukte van belang. Een bakker met een zondagse regiofunctie, slim gepositioneerd naast de bar tabac.

Volle tank

Lange stukken en op en neer. Dat was het devies vandaag. Ik geloof niet dat de weg ergens vlak gelopen heeft. Het lijkt daarom alsof ik het grootste gedeelte van de dag geklommen heb. Qua tijd kan dat kloppen maar wat de kilometers betreft zal het half om half zijn. Het was een beetje een rollercoaster. Ik was Sean erg dankbaar voor zijn enorm bord spaghetti van zaterdagavond. Voldoende koolhydraten.

Terugblik op …

Het begon weer met veel landweggetjes tussen de akkers, waarin de dorpjes en gehuchten soms kilometers uit elkaar lagen. Een enkele boer was toch maar weer op de trekker geklommen om het werk van zaterdag af te maken, een enkele wielrenner voor zijn zondagse trainingsrondje maar verder was het stil op straat.

Lopend omhoog?

Dus ik kon wel wat ondersteuning gebruiken. Gelukkig hadden de mannen van Metallica op mijn telefoon nog wat tijd over en konden ze mij via mijn oordoppen over de dode momenten heen helpen. Je kunt wel een beetje agressie gebruiken als de wereld schuin omhoog loopt.

Op de bakker- en een enkele koffiestop na, had ik rond lunchtijd de tachtig op de teller staan en was ik aangekomen in het historische stadje Aubeterre-sur-Dronne. Erg mooi maar bijzonder fietsonvriendelijk. Ik laat me niet snel kennen maar nu moest ik toch echt even van de fiets om de steile nauwe straatje omhoog te kunnen nemen.

Een ezel stoot zich…

Middenop het marktpleintje ben ik tussen de Fransen en toeristen neergestreken. De fout van de witte wijn en de hamburger in het achterhoofd, samen met de wetenschap dat het klimmen en dalen in ieder geval niet minder zou worden, heb ik het bij een grote salade met brood en een fles water gehouden.

Marktpleintje in Aubeterre-sur-Drone

Na de lunch meteen met al een klimmetje op weg om in Saint-Aulaye aan te komen in de Dordogne. Ik ben dus echt in het zuiden en mocht meteen het Fôret de la Double in. Golvend op en neer tussen het groen en de visvijvers. En aan het einde van dat bos zou ik mijn eerste pelgrimscamping vinden. Het moest er toch een keer van komen.

De Dordogne

Teleurgestelde pelgrim zoekt troost in pizza

Maar eenmaal aangekomen zag het er verlaten uit. Niet getreurd, het was tenslotte half vijf ’s middags, misschien was de siësta uitgelopen. Even een rondje maken. Deuren op slot, gordijnen dicht, muffe lucht uit de toiletten, lang gras en geen enkele kampeerder. Ook de buurman haalde zijn schouders op.

Omdat het er nou niet echt aanlokkelijk uit zag en er binnen schootsafstand meerder campings lagen, ben ik weer opgestapt. Mijn tent staat nu op een camping in Minzac. Wel weer een kleine stacaravancamping maar met eigen pizzeria. Verdorie, zo kom ik nooit van mijn bamisoepjes af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: