Kan je de Camino écht beleven op de fiets?

Vorig jaar reed ik de St. Jacobs-fietsroute van Haarlem naar Santiago de Compostela. Onderweg op de Camino heb ik een keur aan pelgrims gezien. Ze zijn grofweg op te delen in wandelaars, mountainbikers en fietsreizigers. In deze blogpost leg ik uit hoe ik de verschillen tussen deze groepen beleefde en waarom de fietsreiziger toch geen echte Camino-ganger is.

Drie soorten Camino-gangers

  • Wandelaars kom je pas echt in grote getallen tegen vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port, het stadje aan de Franse kant van de Pyreneeën. Naast de talloze toeristen ook voor vele Spanjaarden hét startpunt voor hun ones-in-a-lifetime uitdaging. Bijna op het einde, vanaf Portomarín, wordt het pas echt druk. Daar beginnen de wandelaars die net genoeg tijd hebben om de vereiste honderd kilometer te lopen en zo nog net in aanmerking te komen voor hun Compostelaat.
  • Mountainbikers razen zoveel mogelijk over de route die de wandelaars gebruiken. Van de goed uitgeruste bikepackers tot naïeve avonturiers met een barrel, oude tassen of zelfs alleen een rugzak. Net als het voetvolk kom je ze pas tegen vanaf de Pyreneeën en met name in de laatste tweehonderd kilometer. Dat is voor fietsers de minimale grens om de Camino officieel te volbrengen. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat de mountainbikes en wandelaars regelmatig op gespannen voet leven met elkaar.
  • Fietsreizigers zijn een slag apart. Op de Camino kom je ze, zij het spaarzaam, overal tegen. Of het nu in Leiden is of León. In tegenstelling tot de mountainbikers rijden deze stevig bepakte fietsers meestal niet op de route van de wandelaars. De St. Jacobs-fietsroute benadert de originele route zoveel mogelijk, maar wel gebruikmakend van goed berijdbare wegen. Op een paar trajecten na kruizen zij de wandelaars dus vaker dan dat zij ze inhalen.

Vluchtige voorbijganger

Eenmaal in Spanje kreeg ik soms het gevoel er niet bij te horen. Begrijpelijk als je beseft dat de wandelaars na een paar etappes vanzelf in een hechte groep van gelijkgezinden uitkomen. Mensen die dagelijks ongeveer dezelfde afstand lopen, komen dus ook vaak uit bij dezelfde albergue. Dat schept een band. De fietser die aan het einde van zijn etappe minimaal vier dagmarsen verder is, zakt daarmee tot het niveau van vluchtige voorbijganger.

 

Medelijden, respect en jaloezie

Vol ontzag heb ik de martelgang van sommige wandelaars aanschouwd. Zeker op de Noord-Spaanse hoogvlaktes. Nog vijf kilometer tot de volgende kraan is voor de fietser een kwartiertje en geen uur. En dat in die droge, stoffige hitte. Alsof iedere meter van de route er echt toe doet en beleefd moet worden. Met een gevoel van medelijden, respect en ook wel een beetje jaloezie denk ik terug aan de bonte stoet die ik voorbij ben gefietst. Jachtig onderweg naar mijn bestemming achter de horizon, zonder de Camino echt te beleven, terwijl zij er ogenschijnlijk ieder detail intensief in zich op konden nemen.

Saludos – op het leven

Voor mij betekent dit dat ik de Camino zeker ook een keer te voet af zou willen leggen. Misschien niet helemaal vanuit huis maar toch zeker wel het Spaanse gedeelte omdat het daar zo leeft. ‘De weg’ lopen doe je wat mij betreft niet zomaar. Het is niet voor niets dat juist veel verse pensionado’s de rugzak omhangen en op pad gaan. Tijdens ‘de weg’ je oude en nieuwe bestaan overdenken om ’s avonds te proosten op het leven met een karaf Spaanse wijn.

 

Laat gerust een reactie achter

%d bloggers liken dit: